Weet wat je later worden wilt

Ver weg van mijn tuin, in een prikkelarme omgeving en een stralend zonnetje schrijf ik deze blog. Grappig om te ervaren wat het met je doet, als je alles wat vertrouwd is, achter je laat en afgezonderd leeft in een ‘hutje’ in de woestijn. Geen mensen om mij heen, behalve mijn Grote Liefde Ed, geen Taichi & Qigong lessen meer, geen tuin, een vreemde omgeving. De eerste weken was wennen hier in het zuidoosten van Spanje. Er is zo weinig afleiding. Een retraite, puur bedoeld om te herstellen van een chronische vermoeidheid. Maar vooral om niet afgeleid te worden van mijn focus, waar ik mij hier deze twee maanden mee bezighoud: schrijven. 

 

Schrijven is mijn ding. Schrijven in dagboeken, agenda’s en digitaal, alles wat ik maar kwijt wil en wat mij helpt het overzicht te houden. Mijn emoties benoemen zodat ik zie wat er speelt, wat bij mij hoort of wat van een ander is. Vroeger schreef ik stukjes voor een personeelsblad of voor de schaatsclub. Het gaat mij makkelijk af. 

 

“Wat wil je worden?”

Vroeg de juf.

Het was in de derde klas.

Ik keek haar aan

en wist het niet.

Ik dacht dat ik al iets was.

Toon Hermans

 

Dit versje kan ik dromen. Ik weet het nog steeds niet: wat ik later worden wil. Het is toch treurig dat jonge mensen zo vroeg een studiepakket voor een beroep moeten kiezen? Aan het einde van hun studie blijkt vaak dat ze dit beroep helemaal niet ambiëren. Hoe kun je dat op zo’n jonge leeftijd al weten? Ik niet in ieder geval. Daar komt dan nog bij dat trouwen en kindjes krijgen voor een vrouw ‘in mijn tijd’ zo ongeveer hét ideaal was. Het studiepakket dat mij op het lijf geschreven staat – de studie van het leven – bestond en bestaat niet. Nóg niet. Mijn twaalf ambachten en dertien ongelukken? Kinderoppas, kantinemedewerkster, schoenenverkoopster, gastvrouw, serveerster, cosmeticaverkoopster, schoonheidsspecialiste, telefoniste, administratief medewerkster, secretaresse, politieagent, rechercheur, schaatsleraar, gehandicaptenbegeleider, invoerspecialist en als laatste in de rij: recherche-assistent. Nu ik zo eens achter elkaar opschrijf, lijkt dat een mooie levensstudie! Dan heb ik nog niet eens mijn opleiding Spiritueel therapeut genoemd, waar ik serieus een praktijk voor heb opgestart. Ervan overtuigd dat ik éindelijk wist wat ik later worden wilde.

 

Ongeveer vijftien jaar geleden schreef ik een boek. Dagelijks beschreef ik mijn ervaringen en verwoorde mijn gevoelens omtrent mijn eerste burn-out, met als duidelijk doel: publiceren. Het hielp mij de belevenissen op een afstandje te bekijken. Schrijven dus. Yes, dat was het! Maar ook dat bleek een illusie, want geen uitgever waagde zich eraan. De enorme stapel uitgedraaid papier belandde in de kast en de vergetelheid. Enkele jaren terug haalde ik het uit zijn sluimer om het voor te lezen aan Ed. Hij is eindredacteur en schrijver van beroep en van hem leer ik het vak een beetje.

 

Al tijdens het voorlezen begreep ik waarom geen uitgever hier belangstelling voor had. Veel te uitgebreid, te gedetailleerd en opsommerig. Pfh, de hoogmoed! Toch blijft Ed belangstellend en hoewel ik mij af en toe geneer voor het niveau, lees ik hem al mijn dagboeken voor wat ik na ‘mijn boek’ heb geschreven. Vooraf had ik de oorspronkelijke vijftienhonderd pagina’s (A4) gecomprimeerd naar ongeveer tweehonderd stuks. 

 

Dagelijks vorm ik hier, in de Spaanse winterzon, gezeten aan de schrijftafel, met niets anders dan mijn computer en een pot thee, de pagina’s om tot een leesbaar en goed gestructureerd verhaal. Het werk van Ed ben ik veel beter gaan begrijpen. Een echte schrijver heeft enorm veel geduld en tijd nodig. Volledig in het hier en nu zijn, voelen dat alle tijd die nodig is, ook beschikbaar is en genomen moet worden. De creatieve aders worden aangeslagen om met woorden een mooie kroniek te componeren. Lezen, herschrijven, lezen, corrigeren, lezen, schaven en schuren en nog eens lezen. Net zolang tot je opgetogen bent over wat er is gecreëerd. Schrijven. Het heeft wel wat! Iedere dag opnieuw open ik enthousiast mijn computer en begin. 

 

Zou dat het zijn wat ik later worden wil?

 

januari 2019

Je bevrijden van het bekende heet sterven – pas dan leef je echt

 

Krishnamurti 

 

 

 

 

Als het bordje Glimlach

voor de ingang hangt,

is de tuin niet te bezoeken.